De Dogo Argentino is een robuust, gespierd en uithoudingsvermogenrijk hondenras. Door zijn oorsprong als jachthond voor groot wild werd hij gefokt op prestaties, belastbaarheid en vitaliteit. Met goede verzorging, een evenwichtige voeding en voldoende beweging kan een Dogo Argentino een gemiddelde levensverwachting van ongeveer 10 tot 12 jaar bereiken.
Ondanks zijn fysieke kracht mag de gezondheid van dit ras echter nooit als vanzelfsprekend worden beschouwd. Verantwoorde fokkerij, regelmatige veterinaire controles en een passende huisvesting en opvoeding zijn essentieel om de hond langdurig fit en gezond te houden.
Heupdysplasie en elleboogdysplasie zijn aandoeningen van het bewegingsapparaat die vooral voorkomen bij grotere hondenrassen. Beide aandoeningen hebben een erfelijke component, maar worden eveneens beïnvloed door opgroeiomstandigheden en omgevingsfactoren.
Ze ontstaan door een verkeerde ontwikkeling van respectievelijk het heup- of ellebooggewricht, waarbij de gewrichtskoppen niet correct in de gewrichtskom liggen. Dit kan leiden tot instabiliteit, pijn en op langere termijn tot artrose.
Verantwoordelijke fokkers laten hun honden vóór inzet in de fokkerij onderzoeken op HD en ED. Alleen dieren met goede resultaten dienen te worden ingezet om het risico voor de nakomelingen te minimaliseren. Even belangrijk als gezonde ouderdieren is een correcte opfok van jonge honden — met uitgebalanceerde voeding, aangepaste beweging en voldoende rustmomenten.
Vanwege de witte vachtkleur van de Dogo Argentino bestaat er een genetisch risico op aangeboren doofheid. De BAER-test (Brainstem Auditory Evoked Response) controleert het gehoor van beide oren en vormt een essentiële voorwaarde voor toelating tot de fokkerij.
Binnen serieuze fokprogramma’s worden pups vóór plaatsing getest op hun gehoorvermogen.
Sinds enkele jaren is het mogelijk om disproportionele dwerggroei genetisch te testen. Deze erfelijke groeistoornis leidt tot onevenredig korte ledematen bij een normaal ontwikkelde romp.
Aangetaste honden vertonen vaak kenmerken zoals verkorte voorbenen of lichte asafwijkingen van de ledematen. De aandoening wordt recessief overgeërfd, waardoor genetische testing van beide ouderdieren sterk wordt aanbevolen. Op deze manier kan het fokken met aangedane dieren worden voorkomen.